Het begon ongeveer de nacht van donderdag op vrijdag. Van mijn ideale festivalvoorbereiding (veel slapen) kwam al weinig terecht: de nacht voor het festival moesten er nog vervoer en een kaartje voor Job geregeld worden. Na een hoop nachtelijke overpeinzingen over ingewikkelde constructies om op het terrein aan te komen zaten we uiteindelijk 's ochtends in een ruime oranje Citroën cabrio met Erlend Øye's DJ-Kicks uit de speakers. Kon slechter.
Bij aankomst op het festivalterrein bleek de locatie nog idyllischer dan verwacht, het was echt een afgelegen stukje natuurgebied. Geen recreatiepark, nee echt: natuur.
Tent opgezet, gegeten, even rust gepakt en Ata gemist. Niets aan te doen, starten met Todd Terje is ook niet mis. Lopend van het festivalterrein naar de tent waar Terje zou gaan draaien kreeg ik pas echt in de gaten hoe mooi en hoe relaxed het festival was. Alleen al het feit dat de camping tegen het terrein aanligt, en je dus maar een paar honderd meter hoeft te lopen: Wat een verademing in vergelijking met Melt! En dan het terrein zelf: een klein strandje aan het water met een buitenpodiumpje en een tent, een paar cocktailbarretjes en dat alles half in het bos. Echt, het is nog mooier dan dat ik het vertel.
In de tent stond Terje de vetste disco-set weg te geven die ik tot nog toe gehoord heb. Geen saaie halfbakken disco-house op een veel te hoog tempo, zoals ik het de laatste tijd veel te vaak gehoord heb, maar een dynamische en euforische set met heel veel vette platen.
En dan is het na zo'n fijne, trage set erg zuur als Jesse Rose en Henrik Schwarz het tempo gelijk flink opschroeven en een set weggeven die op een vervelende manier dwingt om te dansen, omdat er anders niets aan te beleven is. Henrik Schwarz' liveset vond ik altijd erg leuk, maar al net op het randje. Als Black Rose zijnde, samen met Jesse Rose, gaan ze er ver overheen. Schwarz stopte al veel climaxen in zijn set, en als Jesse Rose dan ook de hele set met de effecten gaat zitten spelen wordt het gewoon heel vervelend. Tel daar heel veel stomme platen van Jesse Rose plus een veel te hoog tempo bij op, en je kunt de conclusie trekken dat Black Rose niet zo'n goed idee was. Grappig ook om te zien hoe Schwarz en Rose uitzinnig staan te springen op hun eigen set, terwijl achter hen Todd Terje en Prins Thomas een beetje onbeholpen bewegen, niet wetend hoe ze op de snelle beats moeten reageren.
Maar dat deed er niet toe, er moest nog een belofte ingelost worden: Moderat. Op Melt was hun optreden door het noodweer afgelast, en ondanks dat dat buiten hun schuld lag, er moest nu toch wat goedgemaakt worden.
Het begin van hun optreden was wat moeizaam: het geluid stond wat zacht waardoor het publiek niet echt los kwam, de eerste nummers werden wel erg lang uitgesponnen en de pauzes tussen de nummers waarin het publiek bedankt werd haalden het tempo er wel heel erg uit. Maar zodra ze met die pauzes stopten, werd de set al beter. Keiharde beats, plezier op het podium en euforie in het publiek. Briljant wordt het richting het einde als bij "Les Grandes Marches", Apparat zijn gitaar pakt en het publiek uit zijn dak gaat wanneer de beat erin knalt. Daarna zwijmelen op "Let Your Love Grow" en knallen op de Modeselektor-beukers. Moderat heeft zich bewezen.
Ik hoopte, en verwachtte stiekem ook wel, dat Prins Thomas mijn nacht zou afsluiten zoals Terje hem geopend had. Mijn beeld van een volle tent, waarin Prins Thomas een echte Prins Thomas-set neer zou zetten, vol met de vetste Scandinavische disco, werd helaas geen werkelijkheid. In tegendeel, Prins Thomas zette een identiteitsloze set neer in een grotendeels lege tent.
Buiten in de ochtend dauw draaiden de Wighnomy Bro's een stevige minimal-set, niets voor mij. Er werd me nog aangeraden om te blijven, want de Russische broertjes zouden aan het einde écht diep gaan, maar tegen de tijd dat het misschien gebeurde was ik al echt diep in slaap.
De volgende dag begon vooral met heel veel loomheid. Door de hitte was het al vrij vroeg in de ochtend onmogelijk om nog te slapen, dus toen werd er maar besloten om alweer naar het festivalterrein te trekken om daar de dag half wakker/half slapend door te brengen. En beter kon de dag eigenlijk niet zijn: slapen in de zon, een fijne set van local Avaaz, goed eten (belegde broodjes, fruit en roerbakmaaltijden in plaats van de gebruikelijke friet, pizza en kebab) en een zeven uur-lange set van DJ Koze in het vooruitzicht.
Dat kan alleen op Nachtdigital, Koze die zijn set begint voor minder dan 100 mensen die vooral aan het eten, slapen en zwemmen zijn. Maar Koze schikt zich ernaar: de eerste twee uur zijn vooral de soundtrack van een mooie zomermiddag. Hoe langer de avond, hoe meer smoel zijn set krijgt. Rhythm & Sound in een Villalobos remix, Rhythm & Sound in een Carl Craig remix... Achter elkaar.
Wel blijf ik het opvallend vinden dat Koze de eerste uren werkelijk geen één track goed mixt. Pas na een uur of vijf lijkt er eindelijk een plaatje strak te lopen. Onmiddellijk zet Koze een sombrero op en geeft hij organisator Bennemann een knuffel.
Richting het einde schiet zijn set echt alle kanten op: Berghain-techno, rollende minimal, diepe house... Rond het einde komt zelf "Idiot" van James Holden voorbij, wat zo ongeveer mijn lijflied is, gevolgd door "Xmasrush", een onuitgebrachte track van Nathan Fake. Als de gitaarklanken van Koze's toegift wegsterven, heb ik echt het gevoel weer neergezet te worden na zeven uur lang door DJ Koze te zijn meegenomen. Even bijkomen, en dan doortrekken: een paar uur van liveoptredens in het verschiet.
Te beginnen bij Drukpers-favorieten Arto Mwambé, twee gasten achter een batterij aan elektronica. Authentieke house gemaakt met authentieke hardware, een perfecte opwarmer voor Marbert Rocel. Vorige zomer, op Sonne Mond Sterne, had Marbert Rocel me al blij verrast. Die verrassing was er nu niet meer, al waren ze nu nog beter dan op SMS. De zangeres was weer in vorm, de combinatie van bas en drum was weer dansbaar en strak en de saxofoon tilde het geheel echt naar een hoger plan. Marbert Rocel bracht de stemming in de tent weer terug tot het niveau weer Terje geëindigd was.
Inmiddels was het buiten koud en grijs, kleumend begaven we ons naar het podium in afwachting van The Field. Een beetje onverwachte warmte kwam van Fever Ray. Niet in levende lijve, maar toch. Zo kan het beluisteren van een cd ook tot de mooie herinneringen van het festival behoren.
Richting het einde van de cd begon de drummer van The Field al aan zijn warming-up, gevolgd door de bassist en Axel Willner, de man achter The Field en Cordouan, die ook kwamen soundchecken. Waar deze soundcheck uiteindelijk geëindigd is en waar het concert begon zou ik niet durven zeggen. En voor ik er echt goed in zat, was het concert alweer afgelopen. Wat ik had gehoord klonk zeker niet slecht, alleen het voelde wel heel onafgerond. Een concert met het volume en de intensiteit van een soundcheck voor een handjevol publiek, het voelde niet goed.
Waar al het publiek was gebleven dat bij The Field afwezig was, werd me duidelijk toen ik de tent instapte, waar headliner Larry Heard (aka Mr. Fingers) af stond te sluiten. Bomvolle tent, dansend op de hits van Larry, die precies deed wat er van hem verwacht werd. Zwarte house en techno van de oude stempel. Exacte titels van die set weet ik helaas niet: Job, die het hele festival als een ware souffleur tracktitels naar me geschreeuwd had, was zijn stem kwijt. En daarbij keek hij ook nog eens uitermate zorgelijk, wegens een door Eelco Couvreur aangeprate poliep.
En toen was de line-up op. En ik ook. Buiten stond nog wel de organisator te draaien, Steffen Bennemann. In het voorbijgaan nog even bij blijven kijken, en toen bleek hij nog best te kunnen draaien. Een dj-ende organisator, en het was nog goed ook. Bij vlagen heel goed zelfs: strak gemixte platen vol mooie melodieën. The Field, Aril Brikha, The Knife, Junior Boys... Emotie ten top. Toen ik, teruggekeerd bij de tent, "Ol" van Plaid hoorde, de meest sprookjesachtige plaat ooit, wist ik al dat het een verkeerde keuze was om weg te gaan.
En toen ik weer wakker werd, hoorde ik Phil Collins. Eerst dacht ik dat ik het verkeerd hoorde, toen dacht ik dat het van de camping kwam en toen hoorde ik pas dat het op het festival was, dat nog steeds bezig was. Een shirt aangetrokken, over het hek geklommen (we hadden in het bos in de schaduw van de bomen geslapen) en terug naar het festival gegaan. Daar stond Manamana, twee lokale dj's, Nachtdigital écht af te sluiten. John Legend werd nog gedraaid, en ondertussen hoorde ik van alle kanten dat ze zo'n vette set hadden neergezet. Collins, Legend: ik kon het moeilijk geloven. Op hun woord dan maar.
Bij aankomst op het festivalterrein bleek de locatie nog idyllischer dan verwacht, het was echt een afgelegen stukje natuurgebied. Geen recreatiepark, nee echt: natuur.
Tent opgezet, gegeten, even rust gepakt en Ata gemist. Niets aan te doen, starten met Todd Terje is ook niet mis. Lopend van het festivalterrein naar de tent waar Terje zou gaan draaien kreeg ik pas echt in de gaten hoe mooi en hoe relaxed het festival was. Alleen al het feit dat de camping tegen het terrein aanligt, en je dus maar een paar honderd meter hoeft te lopen: Wat een verademing in vergelijking met Melt! En dan het terrein zelf: een klein strandje aan het water met een buitenpodiumpje en een tent, een paar cocktailbarretjes en dat alles half in het bos. Echt, het is nog mooier dan dat ik het vertel.
In de tent stond Terje de vetste disco-set weg te geven die ik tot nog toe gehoord heb. Geen saaie halfbakken disco-house op een veel te hoog tempo, zoals ik het de laatste tijd veel te vaak gehoord heb, maar een dynamische en euforische set met heel veel vette platen.
En dan is het na zo'n fijne, trage set erg zuur als Jesse Rose en Henrik Schwarz het tempo gelijk flink opschroeven en een set weggeven die op een vervelende manier dwingt om te dansen, omdat er anders niets aan te beleven is. Henrik Schwarz' liveset vond ik altijd erg leuk, maar al net op het randje. Als Black Rose zijnde, samen met Jesse Rose, gaan ze er ver overheen. Schwarz stopte al veel climaxen in zijn set, en als Jesse Rose dan ook de hele set met de effecten gaat zitten spelen wordt het gewoon heel vervelend. Tel daar heel veel stomme platen van Jesse Rose plus een veel te hoog tempo bij op, en je kunt de conclusie trekken dat Black Rose niet zo'n goed idee was. Grappig ook om te zien hoe Schwarz en Rose uitzinnig staan te springen op hun eigen set, terwijl achter hen Todd Terje en Prins Thomas een beetje onbeholpen bewegen, niet wetend hoe ze op de snelle beats moeten reageren.
Maar dat deed er niet toe, er moest nog een belofte ingelost worden: Moderat. Op Melt was hun optreden door het noodweer afgelast, en ondanks dat dat buiten hun schuld lag, er moest nu toch wat goedgemaakt worden.
Het begin van hun optreden was wat moeizaam: het geluid stond wat zacht waardoor het publiek niet echt los kwam, de eerste nummers werden wel erg lang uitgesponnen en de pauzes tussen de nummers waarin het publiek bedankt werd haalden het tempo er wel heel erg uit. Maar zodra ze met die pauzes stopten, werd de set al beter. Keiharde beats, plezier op het podium en euforie in het publiek. Briljant wordt het richting het einde als bij "Les Grandes Marches", Apparat zijn gitaar pakt en het publiek uit zijn dak gaat wanneer de beat erin knalt. Daarna zwijmelen op "Let Your Love Grow" en knallen op de Modeselektor-beukers. Moderat heeft zich bewezen.
Ik hoopte, en verwachtte stiekem ook wel, dat Prins Thomas mijn nacht zou afsluiten zoals Terje hem geopend had. Mijn beeld van een volle tent, waarin Prins Thomas een echte Prins Thomas-set neer zou zetten, vol met de vetste Scandinavische disco, werd helaas geen werkelijkheid. In tegendeel, Prins Thomas zette een identiteitsloze set neer in een grotendeels lege tent.
Buiten in de ochtend dauw draaiden de Wighnomy Bro's een stevige minimal-set, niets voor mij. Er werd me nog aangeraden om te blijven, want de Russische broertjes zouden aan het einde écht diep gaan, maar tegen de tijd dat het misschien gebeurde was ik al echt diep in slaap.
De volgende dag begon vooral met heel veel loomheid. Door de hitte was het al vrij vroeg in de ochtend onmogelijk om nog te slapen, dus toen werd er maar besloten om alweer naar het festivalterrein te trekken om daar de dag half wakker/half slapend door te brengen. En beter kon de dag eigenlijk niet zijn: slapen in de zon, een fijne set van local Avaaz, goed eten (belegde broodjes, fruit en roerbakmaaltijden in plaats van de gebruikelijke friet, pizza en kebab) en een zeven uur-lange set van DJ Koze in het vooruitzicht.
Dat kan alleen op Nachtdigital, Koze die zijn set begint voor minder dan 100 mensen die vooral aan het eten, slapen en zwemmen zijn. Maar Koze schikt zich ernaar: de eerste twee uur zijn vooral de soundtrack van een mooie zomermiddag. Hoe langer de avond, hoe meer smoel zijn set krijgt. Rhythm & Sound in een Villalobos remix, Rhythm & Sound in een Carl Craig remix... Achter elkaar.
Wel blijf ik het opvallend vinden dat Koze de eerste uren werkelijk geen één track goed mixt. Pas na een uur of vijf lijkt er eindelijk een plaatje strak te lopen. Onmiddellijk zet Koze een sombrero op en geeft hij organisator Bennemann een knuffel.
Richting het einde schiet zijn set echt alle kanten op: Berghain-techno, rollende minimal, diepe house... Rond het einde komt zelf "Idiot" van James Holden voorbij, wat zo ongeveer mijn lijflied is, gevolgd door "Xmasrush", een onuitgebrachte track van Nathan Fake. Als de gitaarklanken van Koze's toegift wegsterven, heb ik echt het gevoel weer neergezet te worden na zeven uur lang door DJ Koze te zijn meegenomen. Even bijkomen, en dan doortrekken: een paar uur van liveoptredens in het verschiet.
Te beginnen bij Drukpers-favorieten Arto Mwambé, twee gasten achter een batterij aan elektronica. Authentieke house gemaakt met authentieke hardware, een perfecte opwarmer voor Marbert Rocel. Vorige zomer, op Sonne Mond Sterne, had Marbert Rocel me al blij verrast. Die verrassing was er nu niet meer, al waren ze nu nog beter dan op SMS. De zangeres was weer in vorm, de combinatie van bas en drum was weer dansbaar en strak en de saxofoon tilde het geheel echt naar een hoger plan. Marbert Rocel bracht de stemming in de tent weer terug tot het niveau weer Terje geëindigd was.
Inmiddels was het buiten koud en grijs, kleumend begaven we ons naar het podium in afwachting van The Field. Een beetje onverwachte warmte kwam van Fever Ray. Niet in levende lijve, maar toch. Zo kan het beluisteren van een cd ook tot de mooie herinneringen van het festival behoren.
Richting het einde van de cd begon de drummer van The Field al aan zijn warming-up, gevolgd door de bassist en Axel Willner, de man achter The Field en Cordouan, die ook kwamen soundchecken. Waar deze soundcheck uiteindelijk geëindigd is en waar het concert begon zou ik niet durven zeggen. En voor ik er echt goed in zat, was het concert alweer afgelopen. Wat ik had gehoord klonk zeker niet slecht, alleen het voelde wel heel onafgerond. Een concert met het volume en de intensiteit van een soundcheck voor een handjevol publiek, het voelde niet goed.
Waar al het publiek was gebleven dat bij The Field afwezig was, werd me duidelijk toen ik de tent instapte, waar headliner Larry Heard (aka Mr. Fingers) af stond te sluiten. Bomvolle tent, dansend op de hits van Larry, die precies deed wat er van hem verwacht werd. Zwarte house en techno van de oude stempel. Exacte titels van die set weet ik helaas niet: Job, die het hele festival als een ware souffleur tracktitels naar me geschreeuwd had, was zijn stem kwijt. En daarbij keek hij ook nog eens uitermate zorgelijk, wegens een door Eelco Couvreur aangeprate poliep.
En toen was de line-up op. En ik ook. Buiten stond nog wel de organisator te draaien, Steffen Bennemann. In het voorbijgaan nog even bij blijven kijken, en toen bleek hij nog best te kunnen draaien. Een dj-ende organisator, en het was nog goed ook. Bij vlagen heel goed zelfs: strak gemixte platen vol mooie melodieën. The Field, Aril Brikha, The Knife, Junior Boys... Emotie ten top. Toen ik, teruggekeerd bij de tent, "Ol" van Plaid hoorde, de meest sprookjesachtige plaat ooit, wist ik al dat het een verkeerde keuze was om weg te gaan.
En toen ik weer wakker werd, hoorde ik Phil Collins. Eerst dacht ik dat ik het verkeerd hoorde, toen dacht ik dat het van de camping kwam en toen hoorde ik pas dat het op het festival was, dat nog steeds bezig was. Een shirt aangetrokken, over het hek geklommen (we hadden in het bos in de schaduw van de bomen geslapen) en terug naar het festival gegaan. Daar stond Manamana, twee lokale dj's, Nachtdigital écht af te sluiten. John Legend werd nog gedraaid, en ondertussen hoorde ik van alle kanten dat ze zo'n vette set hadden neergezet. Collins, Legend: ik kon het moeilijk geloven. Op hun woord dan maar.
Foto's: Merlijn Hoek